Interessant is dat in Centraal Azie landsgrenzen nooit bepalend zijn geweest, het gebied was altijd een groot geheel waarin landschappen de natuurlijke grenzen vormden, zoals woestijn, bergketens en steppes. Extreme landschappen die respect afdwingen van de bewoners.
Het is Stalin geweest die de landen op de kaart heeft ingetekend, op een hele eigenzinnige manier. Misschien had hij net een glaasje teveel op, want een blik op de kaart wekt verwarring: wat is nu Oezbekistan, Kirgizie en Tadzijiekistan? Ten tijde van de SU hadden ze er niet zo’n last van, maar nu is het een heel gedoe met mensen die de grens vaak overgaan naar familie, om te winkelen, te werken, enz.
De huidige grenzen en nationale staten zijn eigenlijk wezensvreemd in het gebied, en je merkt dat de landen zoekende zijn naar hun nationale identiteit, hun sterke punten en groeipotentie. Wellicht is die focus op zichzelf de reden dat ze niet willen of kunnen samenwerken in de regio. Ze zoeken juist de grenzen op, zoals in 2005 in het grensgebied Oezbekistan/Kirgizie (Fergana vallei), en nu met de onwil om elkaar gas en water te leveren tegen aantrekklijke condities. Voldoende stof voor nieuwe schermutselingen in de toekomst.